risotto con rucola e taleggio

Risotto con rucola e taleggio

Ingrediënten: olijfolie, 2 sjalotjes, 2 tenen knoflook, 15 cm bleekselderijstengel, zout en verse peper, 300 gram risottorijst, 1 glas witte wijn, 1,5 liter groentebouillon, 100 gram taleggio, 20 gram boter, 40 gram verse rucola en 40 gram geraspte parmigiano.

Bereiding: Maak 1,5 liter groentebouillon en houd deze warm. Verwarm de risottopan op matig vuur en voeg een flinke scheut olijfolie toe. Snipper de sjalotjes, snijd de knoflook klein en snijd de bleekselderij in kleine stukjes (twee maal in de lengte en vervolgens in de breedte in kleine stukjes). Voeg de sjalotjes, knoflook en bleekselderij toe en vermeng het met de olie m.b.v. een pollepel. Laat ca. 2 minuten zachtjes bakken. Zet het vuur iets hoger en voeg de risottorijst en een snufje zout toe. Beweeg de risotto met de pollepel gedurende ca. 3 minuten en zorg dat alle risotto en goed warm wordt en een vettig laatje om zich heeft. De rijst opent zich. Voeg de witte wijn toe. Blijf roeren tot alle wijn geabsorbeerd is. Schep enkele soeplepels bouillon bij de rijst, blijf roeren en blijf regelmatig bouillon toevoegen zodat de rijst de bouillon goed kan opnemen. Snijd ondertussen de rauwe rucola klein, ca. 1 cm. Houd enkele blaadjes apart voor decoratie. Snijd de taleggio in enkele stukken. Ondertussen blijf je in de risotto roeren. Vanaf 15 minuten proef je regelmatig enkele rijstkorrels en bepaal je of de risotto mooi al dente is. Zo niet ga je nog even door met bouillon toevoegen en roeren. Zodra de risotto goed* is, haal je de pan van het vuur en zet je deze op een onderzetter. Voeg de taleggio en de boter toe. Roer goed door en doe de deksel op de pan. Laat de smaken enkele minuten mengen. Voeg daarna de rucola en de geraspte parmigiano toe. Proef het gerecht en voeg naar smaak zout en verse peper toe. Als de risotto voor het serveren droog begint te worden kun je een beetje bouillon of water toevoegen en goed doorroeren. Decoreer met een paar blaadjes rucola.

* wanneer is de risotto goed? Het gaat erom dat de rijst zowel 1. beetgaar is, al dente, als 2. een juiste vochtigheid heeft. 1: Proef regelmatig enkele rijstkorrels. De rijstkorrel moet nog duidelijk herkenbaar zijn maar als je op een droge binnenkant stuit, is het duidelijk nog niet gaar genoeg en ga je nog even verder met roeren en bouillon toevoegen. 2. Gedurende de gehele bereiding wordt vocht opgenomen en verdampt vocht. Pas na 15 – 20 minuten wordt het belangrijk niet teveel vocht toe te voegen, zodat je zodra de rijstkorrel goed is, je niet teveel vocht moet wegwerken. Als je de massa met een houten lepel naar de zijkant van de pan kunt schuiven, zonder dat het er droog uit ziet, is de consistentie goed.
Buon appetito!

 

Getagd op:        

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: